Tekstvak: Gereserveerd: GODSDIENSTLESSEN
Tekstvak: 		4 vwo ISLAM EN SCHOOLEXAMENDEEL
Tekstvak: GODSDIENSTEN. Er zijn in onze wereld vele verschillende godsdiensten. Welke verschillen zijn er en waarin onderscheid de islam zich? * De betekenis van de begrippen "islam" en "moslim" begrijpen en kunnen uitleggen.
GELOOF EN CULTUUR. Vele zaken in het leven van mensen worden door de godsdienst beïnvloed, maar in verschillende landen gaat men daar verschillend mee om. Wat wordt er door de cultuur en wat door de godsdienst bepaald? * Fundamentele cultuurverschillen tussen Nederland en Turkije vergelijken. *  Kennismaken met waarden en normen uit de islamitische cultuur.
LEVENSMOMENTEN. Op belangrijke momenten in ons leven kunnen we het niet alleen af. Voor onze geboorte waren vele mensen in touw. Welke rituelen en symbolen zijn er in deze momenten van het leven? * De belangrijkste momenten uit het leven van elke moslim kennen   * De belangrijkste rituelen van moslims in hun cultuur plaatsen.
LEEFREGELS. Er is een grote verscheidenheid van geloven in ons land mogelijk. Toch vindt men binnen een groep hier op verschillende terreinen overeenstemming. Waarin vinden moslims elkaar als kern van het geloven?* De inhoud en betekenis van de vijf pijlers van de islam begrijpen  * De inhoudelijke betekenis kunnen overzetten naar gebieden van kerk en maatschappij.
MOHAMMED. Belangrijke zaken komen meestal niet zo maar uit de lucht vallen, maar hebben een ontstaansgeschiedenis. Hoe ontstaat een godsdienst als de islam en welke mensen zijn daarin belangrijk? * De belangrijkste momenten uit het leven van Mohammed kennen * Het ontstaan van de islam verklaren.
JEZUS, BIJBEL EN KORAN . De wereld van het goddelijke is door ons niet zomaar te kennen. Hier is hulp bij nodig vanuit deze wereld. Welke hulpmiddelen zijn er?☼ Het ontstaan van de koran en de indeling van dit boek weten  * Begrijpen hoe Mohammed’s leven en de koran aansluiten bij de bijbelse traditie   * de plaats van Isa (Jezus) in de koran en bijbel ontdekken.
WETTEN EN STROMINGEN. Er wordt veel gesproken over normen en waarden. Maar deze normen en waarden worden door verschillende groepen mensen niet gelijk ingevuld. Aan welke regels moeten mensen zich in de maatschappij houden? * Begrip sjaria kunnen hanteren  * De kenmerken weten van soennieten en sjiieten. * Zich een mening kunnen vormen over de verhouding kerk en staat. * Kennismaken met de belangrijkste stadia in de verspreiding van de islam
GELOOFSGEMEENSCHAPPEN. Mensen gaan op verschillende wijze met elkaar om. Er zijn  zaken die voor iedereen belangrijk zijn. Op welke wijze gaan groepen gelovigen met elkaar en deze wereld om? * De begrippen oemma, soenna en hadith kunnen hanteren * Een vergelijking tussen de oemma en de christelijke gemeente kunnen maken.
FUNDAMENTALISME EN UNIVERSEEL GELOOF. De wereld is in rep en roer. Over van alles en nog wat hebben wij een mening. Zeker over fundamentalisten. Wat zijn dat eigenlijk voor mensen, waarom worden zij dat en zijn onze gedachten over hen terecht?* Enkele kenmerken kunnen geven over fundamentalistisch denken en geloven. * Verschillen tussen soennieten en sjiieten kunnen onderscheiden. * Termen als fundamentalisme, extremisme en jihad op een correcte wijze kunnen gebruiken.

LESDOELEN SCHOOLEXAMEN
Het kiezen van een onderwerp op godsdienstig/levensbeschouwelijk gebied m.b.t. het christelijk geloof.
Het maken van een tijdsplan 
Je op je opdracht kunnen oriënteren.
Het bijhouden van een logboek. 
Elementen kunnen vaststellen die deel uitmaken van je opdracht
Het met elkaar iets bespreken en tot overeenstemming kunnen komen.
Het formuleren van een vraagstelling. (wat wil je te weten komen?)
Een werkplanning kunnen maken.
Het kunnen samenvatten van stukken teksten en deze in eigen woorden weergeven.
Tekstvak: Weg van jezelf. Er zijn vele zaken in het leven waarvan we niets weten. Hoe kunnen wij daar op een open en kritische wijze in doordringen? Leerdoel: { Kennismaking.  { Het lesplan in grote lijnen begrijpen. { Inzicht in leef- en denkwereld van hindoes krijgen.

Het kastenstelsel. De manier waarop mensen met elkaar omgaan geeft vele moeilijkheden. Op welke wijze kunnen wij als mensen het beste met elkaar omgaan? Leerdoel: { Bewustwording van de (on)vrijheid bij beroepskeuze. { Kennisnemen van geografische en sociale aspecten van India, bakermat van twee godsdiensten. { Het principe en de bedoeling van het kastenstelsel kunnen uitleggen. { Een vergelijking met onze westerse (christelijke) maatschappij kunnen maken.

Reïncarnatie. Het leven kent veel lijden en zorgen en is verre van volmaakt. Hoe kunnen we hiervan vrij \ verlost worden? Leerdoel: { De relatie die Hindoes leggen tussen iemands daden en wijze van voortbestaan kunnen uitleggen. { Andere wegen van bevrijding kunnen noemen. { De begrippen karman, atman, samsara, reïncarnatie en moksja kunnen hanteren.  { Het eigenlijke doel van een hindoe kunnen verwoorden.

Goden en geschriften. Vele zaken, structuren en machten stijgen boven onze alledaagse werkelijkheid. Wat is de hoogste werkelijkheid en hoe kunnen we daar meer over te weten komen? Leerdoel: { Het kunnen benoemen van verschillende hindoegoden. { De symboliek van Sjiva nataraja kunnen uitleggen. { Teksten kunnen plaatsen bij de soorten hindoegeschriften. 

De weg van het evenwicht. De natuur wordt door ons van alle kanten bedreigd en vernietigd. Hoe dienen wij met de natuur (schepping) om te gaan? Leerdoel: { Het kunnen benoemen van de bedreigingen tegen de natuur. { Westerse’ en de ‘oosterse’ houding tegenover de natuur kunnen typeren. { Inzien dat rechten en plichten in hindoeïsme met natuurwetten samenhangen. { Kritiek in beeldtaal, over ons gedrag tegenover de schepping, kunnen lezen. { Meningvorming over hedendaagse milieuthema’s.

Feesten rituelen en symbolen. De machten die groter zijn dan wij, zijn voor ons vaak bedreigend. Op welke wijze kunnen wij daar vat op krijgen, invloed op uitoefenen of een relatie mee aanknopen?  Leerdoel: { Algemene betekenis van symbolen en rituelen weten. { Belangrijkste symbolen en rituelen uit boeddhisme kennen, zowel van levens- als jaarcyclus. { Westerse en oosterse traditionele gebruiken met elkaar vergelijken. 

Introductie boeddhisme	vervalen			
Ontmoeting in Tibet. Een Oostenrijkse bergbeklimmer onderneemt in de herfst van 1939 een poging om de Nanga Parbat, een van de hoogste bergtoppen in de Himalaya, te beklimmen. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, worden Heinrich Harrer en zijn kameraad-bergbeklimmer Peter Aufschnaiter door de geallieerden gevangen genomen. Leerdoel: { het probleem van het lijden concreet zien { Kennis over de grondstichter van het boeddhisme { Hoofdmomenten uit het leven van Siddharta Gautama weten

In het huis van de Dalai Lama. Ze slagen erin uit het Britse gevangenkamp te ontsnappen en vinden na een lange en erbarmelijke tocht door de bergen uiteindelijk hun toevlucht in  Tibet, een oord dat normaliter verboden is voor buitenlanders. In de heilige, verboden stad Lhasa zetelt de jonge geestelijke leider van de boeddhisten, de huidige Dalai Lama Leerdoel: { Ontwikkelingen en stromingen in het boeddhisme kunnen benoemen. { De relatie tussen lijden en verlangen kunnen aangeven { Eigen visie op ‘levensgeluk’ vergelijken met boeddhistische levensvisie

Geen levende wezens doden. Na verloop van tijd sluit Harrer vriendschap met de nog jonge Dalai Lama die deze westerse mentor met veel enthousiasme begroet en hem meteen opdracht geeft om een bioscoop te bouwen. Harrer's leven krijgt door bemoeienissen van de Dalai Lama weer zin en hij leert respect op te brengen voor deze geweldloze samenleving. Leerdoel: { Kennis van de vijf hoofdregels { Westerse en oosterse levensbeschouwingen met elkaar vergelijken en evalueren {Oplossingen voor het lijden op hun deugdelijkheid controleren.