3 HAVO VWO  JODENDOM EN CHRISTENDOM

 

 

Jodendom

Tekstvak: Gereserveerd: GODSDIENSTLESSEN

Introductie. Hoewel mensen elkaar totaal niet kennen zijn op de een of andere wijze toch wereldwijd met elkaar verbonden. Hoe herken je elkaar dan? * Kennismaking. * Het lesplan in grote lijnen. * Herkennen en kunnen benoemen van belangrijke historische en hedendaagse kenmerken van het jodendom.

Samengeroepen. Er zijn vele mensen en die gaan op verschillende wijze met elkaar om. Hoe kunnen wij als groep een eigen identiteit behouden?* Kenmerkende dingen uit het jodendom kunnen herkennen en benoemen. * Inzien en kunnen toelichten wat voor joden de betekenis is van de synagoge. * Interieur van een synagoge kunnen herkennen.

De sabbat. Als een mens blijft doorrennen heeft hij op het laatst geen kracht meer om door te gaan. Hoe kunnen wij ons leven indelen zodat we ‘echt’ leven kunnen?* Inzien en kunnen toelichten wat voor joden de betekenis is van de sabbat. * Verschil tussen sabbat en zondag kunnen aangeven. * Een gefundeerde stellingname t.o.v. de koopzondag kunnen innemen.

De Tenach. De samenleving verwacht veel van ons. Hoe kunnen wij weten waar onze verantwoordelijkheden liggen?* Leren inzien dat de thora het hart van de joodse godsdienst vormt. * De centrale regels uit de Tora kunnen begrijpen, plaatsen en toepassen. * Hebreeuwse tekens kunnen herkennen. * De bedoeling van de spijswetten kunnen uitleggen.

De Talmoed. Leren heeft een belangrijke plaats in het leven van de enkeling en de samenleving. Hoe doe je dat, wie helpt je daarbij en welke middelen zijn er? * Verbanden kunnen aangeven tussen Tora en talmoed (misjna). * Deelgebieden van de misjna uit elkaar kunnen halen. * Het joodse “leren” verstaan.

Bijbeluitleg. Verhalen die ons verteld worden zijn niet altijd duidelijk en wij kunnen soms met nogal wat vragen blijven zitten. Op welke wijzen kunnen we met moeilijke vragen op weg gaan?

Ritueel en sacrament: Sommige momenten zijn voor ons van groot belang en  wij willen die niet ongemerkt voorbij laten gaan. Waarvoor hebben we gebruiken en handelingen rond geboorte, volwassenwording, partnerkeuze en de dood? * Inzicht en begrip krijgen in de belangrijke momenten en perioden in de levensloop van christenen en Joden. * Verschillende soorten rituelen en sacramenten kunnen benoemen.

Feesten. Feestvieren doen we vrijwel altijd omdat er een reden is om te feesten. Je verjaardag, het behalen van een examen of het herdenken van een belangrijke gebeurtenis in je leven. Waarom hebben we gemeenschappelijke feesten en wat betekenen ze voor de gemeenschap? * Verschil en overeenkomsten tussen christelijke en joodse feesten kunnen aangeven

Diaspora. Mensen worden soms uit hun eigen leven overgezet naar een nieuwe, vijandige situatie. Hoe kunnen mensen na zo’n diepe crisis weer verder leven?* De kernmomenten uit de joodse geschiedenis kennen.

Onder drukroepen mensen, die een eigen identiteit hebben, leven meestal tussen een grote groep anders denkende mensen. Hoe kunnen zij integreren en toch ook het wezenlijke van hun eigenheid behouden? Verbanden kunnen leggen tussen ontwikkelingen in het ‘christendom in Europa’ en de geschiedenis van de joden.

Antisemitisme. Door heel de mensengeschiedenis is er een haat tegen het volk van God merkbaar. Mensen met andere ideeën en gedachten wil men soms uitstoten. Men verzint daarom redenen om mensen uit de samenleving te kunnen weren. Welk antwoord is er tegen deze haat mogelijk en op welke wijze kunnen wij ons tegen onterechte beschuldigingen te weer stellen?* De drie soorten van beschuldigingen tegen joden kennen en beoordelen. * Uitingen van antisemitisme in de loop der eeuwen kunnen verklaren. * Historische achtergronden van jodenvervolgingen kunnen begrijpen en interpreteren. * Een eigen beoordeling hierover kunnen verwoorden.

De shoah. Sommige tijden in de geschiedenis zijn onbegrijpelijk gestempeld door de aanwezigheid van het hoogst mogelijke kwaad in onze mensengemeenschap. Op welke wijze is er, na de confrontatie met dit duivelse kwaad, verder doorleven nog  mogelijk? * De betekenis van de shoah voor het jodendom met teksten en beeldmateriaal (enigszins) kunnen begrijpen. * de negatieve gevolgen van de shoah voor een beschaafde samenleving onderkennen.

Verhouding kerk - Israël. Vaak hebben wij een tweeslagachtige houding tegenover groepen die niet ver van ons staan. Aan de ene kant wil je jezelf afschermen, aan de andere kantwil je er meer van weten. * De verbondenheid ontdekken tussen Joden en christenen. * De plaats van Jezus Christus tussen de verhouding kerk en Israël kennen.

Hedendaags fascisme Mensen zijn vaak grootmeesters in het vergeten van verschrikking uit het verleden. Hoe is het mogelijk dat kwaad, dat eerder geschiedde, in een nieuw jasje weer naar boven kan kome.n. Op welke wijze kunnen wij als mens weerstand bieden tegen onmenselijk groepsgedrag en indoctrinatie?. * Zes kenmerken van fascisme weten en fascistische bewegingen en uitingen kunnen herkennen. * Inzien dat in sommige situaties mensen als "objecten" worden benaderd en zulke situaties leren herkennen.  * Persoonlijke evaluatie hierover kunnen geven.

 

 

 

 

 

Leerdoelen. De leerlingen:

bkunnen de betekenis aangeven die Jezus heeft voor het christendom;

bkunnen enkele voorbeelden noemen van uitingen in de Nederlandse cultuur die te maken hebben met het christendom;

bkunnen de relatie en betekenis aangeven tussen ‘onze’ jaartelling, de jaarlijkse christelijke feestdagen en de viering van de zondag;

bkunnen enkele veelvoorkomende christelijke symbolen noemen en de kernwoorden die erbij horen omschrijven;

bkunnen sacramenten op hoofdlijnen omschrijven;

bkunnen de christelijke feestdagen kernachtig omschrijven;

bkunnen de belangrijkste verschillen noemen tussen de twee grootste christelijke groeperingen (rooms-katholieken en protestanten) ten aanzien van hun rituelen en het interieur van hun kerkgebouwen;

bkennen de ontwikkeling van het christendom van verdrukking in de eerste eeuwen naar erkenning in de vierde eeuw;

bkunnen een belangrijk verschil in levens-en geloofshouding tussen de middeleeuwse mens en de mens in de renaissance noemen en beschrijven;

bkunnen de belangrijkste kenmerken geven van het streven naar een bijbelse kerk bij Erasmus, Luther en Calvijn;

bkunnen de belangrijkste kritiek van Luther op de kerk aangeven;

bkunnen de belangrijkste redenen noemen waarom het calvinisme in Nederland grotere invloed heeft gekregen dan het lutheranisme;

bkunnen onder woorden brengen waarom de inhoud en verwoording van het christelijke geloof onder kritiek is komen te staan;

bkunnen naar aanleiding van uitspraken van jongeren over bijbel, kerk en geloof hun eigen mening ten aanzien van deze onderwerpen verwoorden en beargumenteren;

bkennen de indeling in vijf ‘groepen’ (on)gelovigen als gevolg van de veranderingen in wetenschap, samenleving en kerk;

bkunnen voorbeelden geven van personen en organisaties, die zich vanuit het christelijk geloof inzetten voor hun medemens en kunnen deze voorbeelden in verband brengen met de ‘werken van barmhartigheid’ uit het evangelie van Mattheüs;

 

Onderzoeksvaardigheden (praktische opdracht)

De leerlingen: bkunnen aan de hand van de tekst in het leerlingenboek en met behulp van aanwijzingen relevante bronnen kiezen, raadplegen en analyseren; bkunnen hoofd- en bijzaken en feiten en meningen onderscheiden; bkunnen ingenomen standpunten helder en beknopt weergeven en vooronderstellingen analyseren; bkunnen resultaten van een onderzoeks- en leeractiviteit overdragen aan anderen met gebruikmaking van verschillende hen ten dienste staande middelen.

http://upload.wikimedia.org/wikipedia/nl/thumb/0/03/NBV-afbeelding.jpg/150px-NBV-afbeelding.jpg